Hoe leer je 40 Franse woordjes voor een toets van donderdag in drie dagen uit je hoofd

Hoe leer je 40 Franse woordjes voor een toets van donderdag in drie dagen uit je hoofd

Op dinsdagavond om kwart over negen zat Lars in de keuken met een lijstje van veertig Franse woordjes en een boterham die hij niet opat. Donderdag was de toets. Hij had het lijstje vier keer overgeschreven, en toch wist hij bij het afdekken van de Nederlandse kolom nog maar elf woorden. Zijn moeder zei iets wat hij toen niet wilde horen: "Je schrijft het over, maar je haalt het niet op." Ze had gelijk, en daarmee zit meteen het antwoord op de vraag in dit artikel.

Wie veertig woordjes in drie dagen wil leren, kan dat het best doen door elke dag in twee korte sessies van 15 minuten te oefenen, steeds met het afdekken van een kolom en het hardop zeggen van het antwoord. Overschrijven voelt als werken, maar het traint alleen je hand. Wat je hersenen sterker maakt, is moeite doen om iets uit je geheugen te halen. Elke keer dat je een woord moet opzoeken in je eigen hoofd, groeit de kans dat je het donderdag nog weet.

Het schema voor drie dagen

Verdeel de veertig woorden over drie dagen, ongeveer veertien per dag. Op dinsdag leer je woord 1 tot en met 14: lees ze eerst één keer door, dek dan de Franse kolom af en probeer ze te zeggen, en haal wat je fout hebt opnieuw naar voren. Doe dit vijftien minuten, ga iets anders doen en herhaal het voor het slapengaan nog eens tien minuten. Slaap helpt echt: tijdens de nacht ordent je brein wat je die dag hebt geleerd, dus een kwartier oefenen vlak voor bed werkt beter dan een uur extra om elf uur 's avonds. Op woensdag begin je met een snelle toets van de woorden van dinsdag, en leer je daarna woord 15 tot en met 28. Donderdag ochtend ga je terug naar de rest en doe je een totaalronde voor de bel gaat.

Maak er een spel van met een doosje met drie vakjes. Alle woorden beginnen in vakje één. Weet je een woord goed, dan gaat het naar vakje twee; weet je het weer goed, dan naar drie. Weet je het fout, dan gaat het terug naar vakje één. Zo besteed je tijd aan de woorden die moeilijk zijn en niet aan de vijftien die je allang kent. Heb je geen doosje? Drie stapeltjes kaartjes op je bureau werken precies hetzelfde. Wie liever op de telefoon oefent, kan een app gebruiken die woorden zelf herhaalt, maar controleer dan wel of je ook zelf iets intypt of hardop zegt, want alleen herkennen is te makkelijk.

Wat Lars anders deed

Hij hield op met overschrijven en begon met schrijven na het afdekken. Hij verzon bij moeilijke woorden een zin, zoals "la fenêtre" bij het raam in zijn eigen kamer, en plakte kleine briefjes op dingen in huis. Bij het woord voor koelkast hoefde hij donderdag niet meer te denken. Zijn vader overhoorde hem woensdagavond tien minuten in de auto, en daar bleek dat hij dertig van de veertig woorden kon noemen. Op de toets haalde hij een 8,1.

Een paar kleine dingen maken het verschil. Leer woorden met hun lidwoord, want in het Frans is "le" of "la" onderdeel van het woord. Zeg alles hardop, ook al voelt dat in je eentje gek. Leg je telefoon buiten je bereik tijdens de oefenkwartieren; veertig woordjes kosten je dan samen nog geen twee uur. En ben je op de toetsdag moe, doe dan liever een korte herhaling in de pauze dan een nieuwe lange sessie. Het is heel normaal dat je op de eerste dag maar de helft weet. Dat betekent niet dat je het niet kunt, maar dat het hoort bij het proces. Een goed gepland schema verslaat een nacht stampen bijna altijd.