Hoe laat moet een kind van 8 naar bed als het om 8.30 uur op school moet zijn?

Hoe laat moet een kind van 8 naar bed als het om 8.30 uur op school moet zijn?

Het is kwart over acht 's avonds en beneden klinkt nog gestommel. "Ik ben niet moe!" roept een achtjarige vanaf de trap, terwijl de wallen onder zijn ogen iets anders vertellen. Elk gezin met schoolgaande kinderen kent dit gevecht, en zeker nu de eerste volle schoolweken weer begonnen zijn, vragen veel ouders zich af of ze het eigenlijk wel goed doen met die bedtijd.

Het eerlijke antwoord laat weinig ruimte voor onderhandeling. Een kind van acht heeft per nacht ongeveer tien tot elf uur slaap nodig. Wie om 8.30 uur op school moet zijn, staat realistisch gezien rond 7.00 uur op, met tijd voor aankleden, ontbijt en de rit naar school. Reken je terug vanaf dat opstaan, dan hoort een achtjarige tussen 19.30 en 20.30 uur in bed te liggen, met licht uit uiterlijk om half negen. Dat klinkt vroeg in de oren van menig kind, en van menig ouder trouwens ook, maar de rekensom is onverbiddelijk: wie om negen uur nog wakker is en om zeven uur wordt gewekt, komt structureel een uur slaap tekort.

Wat dat ene uurtje uitmaakt, zie je terug op momenten waarop je het niet direct met slaap in verband brengt. Een uitgerust kind is 's middags in de klas nog geconcentreerd, terwijl een moe kind juist dan gaat wiebelen, dromen of clownen. Leerkrachten herkennen de kinderen die te laat naar bed gaan feilloos, niet aan het gapen maar aan het korte lontje rond een uur of twee. Slaaptekort bij kinderen vermomt zich namelijk zelden als sufheid; het lijkt eerder op drukte, prikkelbaarheid en huilbuien om kleinigheden. Menig gedragsprobleem op school blijkt bij navraag gewoon een bedtijdprobleem thuis te zijn.

De grootste valkuil zit hem niet in de bedtijd zelf, maar in het half uur ervoor. Een kind dat om kwart over acht nog een scherm voor zijn neus heeft, valt om half negen niet in slaap, hoe stipt het ook onder de dekens ligt. Het blauwe licht en vooral de prikkels van filmpjes en spelletjes houden het hoofd nog lang wakker. Wat wél werkt is een vast en saai ritueel: om acht uur schermen uit, tanden poetsen, een kwartier voorlezen of zelf lezen, licht uit. Juist die voorspelbaarheid, elke avond exact hetzelfde riedeltje, geeft het kinderbrein het signaal dat de dag erop zit. Veel ouders merken dat het gedoe rond bedtijd vanzelf verdwijnt zodra er niets meer te onderhandelen valt.

Blijft de vraag wat je doet met het weekend, want daar sneuvelt menig goed voornemen. Een uurtje later op vrijdag en zaterdag kan prima, maar laat het daarbij. Wie zijn kind in het weekend tot tien uur laat opblijven en zondagochtend laat uitslapen, creëert een soort mini-jetlag waardoor de maandagochtend voor iedereen zwaar wordt. Het slaapritme van een kind trekt zich weinig aan van de kalender.

Wie vanavond begint, moet trouwens niet verwachten dat een kind dat wekenlang om negen uur ging slapen, ineens om acht uur wegdoezelt. Schuif de bedtijd in stapjes van een kwartier per paar dagen naar voren, dan went het lichaam mee. Binnen twee weken ligt er dan een kind om half negen te slapen dat 's ochtends uit zichzelf wakker wordt. En een kind dat uitgerust aan het ontbijt verschijnt, dat is voor het hele gezin het bewijs dat die strenge bedtijd geen straf is, maar een cadeautje.